Equality of Women and Men

Onderwijs en opleiding voor de verbetering van de samenleving

Onderwijs en opleiding voor de verbetering van de samenleving

Een bijdrage van Bahá'í International Community aan de 55e zitting van de VN Commissie voor de Positie van Vrouwen

New York—22 February 2011

Dat onderwijs en opleiding van vrouwen en meisjes cruciaal is voor het welzijn en de vooruitgang van gemeenschappen en naties is definitief vastgesteld. Het nut van zulk onderwijs wordt gewoonlijk uitgedrukt met betrekking tot economische groei, maar materieel welzijn is slechts een van de vele voorwaarden die van invloed zijn op de deelname van vrouwen en meisjes aan de ontwikkeling van de samenleving. Om enige zinvolle en blijvende verhoging van deze deelname te realiseren is een meer fundamentele dialoog vereist over het wezen van ontwikkeling, ‘moderniteit’, en de organisatie van kennis genererende activiteit.

De mens is niet slechts een economisch en sociaal wezen, maar ook een geestelijk wezen met een vrije wil en een geweten dat het zoeken naar zingeving en waarheid mogelijk maakt. Zonder de vrijheid om zich met deze essentiële menselijke zoektocht bezig te houden is waardigheid, noch rechtvaardigheid, noch ontwikkeling – in hun volle betekenis - mogelijk. Bahá'í International Community vat ontwikkeling op als een mondiale onder-neming om alle mensen in staat te stellen aangeboren vermogens en geestelijke eigenschappen te ontwikkelen[i] en bij te dragen aan de vooruitgang van hun gemeenschap. Ontwikkeling is een onderneming die de inzet vereist van zowel mannen als vrouwen die samenwerken om een maatschappelijke orde op te bouwen die wordt gekenmerkt door rechtvaardigheid, billijkheid, weder-kerigheid en collectieve welvaart. De systemen van onderwijs, wetenschap en technologie dienen dan op een zodanige manier georganiseerd te zijn dat zij zowel de materiële als de geestelijke dimensies van de mens weerspiegelen – en het voor  elk mens mogelijk maken om zijn of haar rechtmatige rol te spelen in de verbetering van de samenleving.

De verdeling van de wereld in producenten en gebruikers van kennis kenmerkt een gebrek van de huidige wereldorde  – met verregaande implicaties voor de kwaliteit en legitimiteit van onderwijs, wetenschap en technologie, evenals voor bestuur en beleid. Als wij het grootste deel van de mensheid blijven beschouwen als gebruikers van technologie die elders gecreëerd wordt, is het niet waarschijnlijk dat zich een blijvende en zinvolle ontwikkeling zal vestigen.[ii] Als toegang tot kennis het recht van ieder mens is, is deelname aan het genereren, toepassen en verspreiden ervan een verantwoordelijkheid die ieder mens op zich dient te nemen en waartoe hij of zij in staat moet worden gesteld.[iii] Door het veranderen van de huidige kennisstroom – van ‘Noord’ naar ‘Zuid’; van stad naar platteland; van mannen naar vrouwen – zal ontwikkeling worden bevrijd uit bekrompen opvattingen over ‘modernisering’.

De ervaring van de wereldwijde Bahá'í-gemeenschap op het gebied van onderwijs en gemeenschapsopbouw heeft laten zien dat verscheidene concepten met name van belang zijn bij het leiden van educatieve processen, waaronder leerplanontwikkeling, naar hun uiteindelijke doel, namelijk de transformatie van personen en hun gemeenschappen. Deze concepten zijn onder andere:

  • Geestelijke en morele opvoeding. In het onderwijs zijn geestelijke en morele ontwikkeling vaak gescheiden van intellectuele training en beroepsopleiding. Deze scheiding is vaak voort-gekomen uit hoogstaande voornemens van tolerantie en respect. Toch moet worden erkend dat alle samenlevingen worden gekenmerkt door politieke, economische en culturele belangen die onder jonge mensen ondermijnende denk- en gedragspatronen stimuleren. Het vermogen bijbrengen om over geestelijke, morele en ethische principes na te denken zal daarom onmisbaar zijn voor de taak een welvarende wereldbeschaving op te bouwen.
  • Heroriëntatie studenten, heroriëntatie leraren. Elk onderwijsprogramma berust op fundamentele aannames over de menselijke natuur. Daarom zal het tot stand brengen van duurzame ontwikkeling afhangen van een heroriëntatie van de onder-liggende opvattingen over zowel leraren als studenten. Een kind – verre van een leeg vat te zijn dat er op wacht gevuld te worden – moet worden beschouwd als “een mijn rijk aan edelstenen van onschatbare waarde,”  waarvan de schatten ten bate van de mensheid alleen door opvoeding en onderwijs worden onthuld en ontwikkeld. Zo moeten ook leraren – hun lovenswaardig beroep is veel te lang  genegeerd en ondergewaardeerd – erkennen dat, als zij een transformatie willen bewerkstellingen op het niveau van het karakter alsook van het intellect, zij allereerst de principes die zij onderwijzen moeten belichamen en vormgeven.
  • Systematisch leren en deelname. Het concept van deelname verschijnt ook in een nieuw licht. Effectieve deelname vereist een systematisch leerproces in elke gemeenschap, op een wijze die de gemeenschap in staat stelt om te bepalen wat haar krachten en noden zijn; om met nieuwe ideeën en methoden, nieuwe technologieën en processen te experimenteren; en uiteindelijk het belangrijkste instrument voor haar eigen ontwikkeling te worden. Een van de eerste stappen in het realiseren van participatie-ontwikkeling is te bevorderen dat steeds meer mensen betrokken zijn in leerprocessen – gekenmerkt door actie, reflectie op actie, en gezamenlijke beraadslaging – in een voortdurende poging om kennis voort te brengen en toe te passen ter verbetering van de omstandigheden van het gemeenschapsleven.
  • Persoonlijke en maatschappelijke trans-formatie. De transformatie van de samenleving vereist zowel de transformatie van het individu als de weloverwogen schepping van nieuwe maat-schappelijke structuren. Mensen moeten onder-wezen en bekrachtigd worden, maar er dient aandacht geschonken te worden aan de culturele, wetenschappelijke en technologische, educatieve, economische en maatschappelijke condities waar-door zij gevormd worden. De voortdurende interactie tussen de ontwikkeling van de indivi-duele mens en de vestiging van nieuwe maat-schappelijke structuren biedt een weg voor sociale verandering en vermijdt zowel zelfgenoeg-zaamheid als gewelddadigheid.
  • Mondiale solidariteit. De uitdaging om de obstakels voor onderwijs en opleiding voor meisjes en vrouwen uit de weg te ruimen zal een mondiaal bestuurssysteem vereisen dat collectieve veilig-heid, mensenrechten, een duurzaam milieu en een eerlijke en rechtvaardige economische orde bevordert. Onderscheidende kenmerken daarvan zullen onder andere zijn: het aanhangen van het principe van gezamenlijk beheer en het inzicht dat de welvaart  van elk van de delen het best verzekerd kan worden door de welvaart van het geheel.

Het mogelijk maken dat steeds meer meisjes en vrouwen toegang krijgen tot onderwijs en opleiding en een actieve rol kunnen spelen in de productie en toepassing van wetenschap en technologie is niet alleen een kwestie van technologie of economie. Integendeel, het vereist dat naties en gemeenschappen zich richten op een veel breder scala van aannames aangaande ontwikkeling, de menselijke natuur, processen om kennis te genereren en te delen, vooruitgang en moderniteit. Louter politieke overeenkomsten zullen onvoldoende blijken, evenals puur pragmatische strategieën en tactieken. Pas wanneer de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen – zij aan zij werkend voor de verbetering van hun gemeenschappen – tot principe wordt verheven, kan begonnen worden om het ware potentieel van de menselijke geest aan te boren. Wanneer principes van billijkheid, rechtvaardigheid en vrijgevigheid de metriek van programmabeoordeling gaan vormen en rekening wordt gehouden met de menselijke natuur in zijn totaliteit, in plaats van alleen met zijn materiele dimensie, dan zal werkelijke ontwikkeling beginnen.



[i] Onder andere het vermogen om verschillende standpunten en inzichten tot uiting te brengen, het vermogen om onbevooroordeeld nieuwe perspectieven in overweging te nemen, het vermogen om verscheidenheid te zien als een bron van kracht, het vermogen om de toestand van een plaatselijke gemeenschap te diagnosticeren en naar een gewenste situatie toe te werken, het vermogen om een debat naar het niveau van een geestelijk of moreel principe te brengen en het vermogen van zelfexpressie. Geestelijke eigenschappen zijn onder andere betrouwbaarheid, rechtvaardigheid, eerlijkheid, integriteit, onzelfzuchtigheid en bescheidenheid.

[ii] Evenals de organisatie van wetenschappelijk activiteit in welke cultuur dan ook, wordt technologische activiteit sterk beïnvloed door culturele, sociale, economische en politieke krachten. Zo zijn bijvoorbeeld, ondanks het feit dat het meeste werk in de landbouw in ontwikkelingslanden wordt gedaan door vrouwen met een laag inkomen, in deze landen mannen de voornaamste gebruikers en ontwerpers van landbouwtechnologie. De uitdaging is dus hoe men omstandigheden kan scheppen en bij vrouwen het vermogen kan versterken om te bepalen welke technologische behoeften er zijn, en technologie te ontwerpen en aan te passen aan de sociale behoeften en beperkte hulpbronnen. Hoe kunnen vrouwen veranderen van passieve gebruikers van technologieën die elders werden ontwikkeld, in actief handelende personen die technologieën uitdenken die voldoen aan de behoeften van hun familie en gemeenschap? In welke vorm kunnen de technologische ontwikkelingsprocessen beter de basisbehoeften van de wereldbevolking weerspiegelen, in het bijzonder van die bevolkingen die de door de huidige marktwerking zijn gemarginaliseerd? Zulke vragen dagen ons uit om de ‘moderne technologie’ in een ander licht te zien – als technologie die beantwoordt aan lokaal bepaalde behoeften en rekening houdt met de materiele, sociale en geestelijke voorspoed van een samenleving als geheel.

[iii] Hoe wetenschappelijke en technologische activiteit georganiseerd dient te worden om mensen overal in staat te stellen aan zulke activiteit deel te nemen is een centraal ontwikkelingsvraagstuk. Een groot deel van de wereld heeft geen toegang tot wetenschap, vooral meisjes en vrouwen niet. Voor het merendeel wordt ‘moderne’ wetenschappelijke kennis voortgebracht aan universiteiten en in gespecialiseerde onderzoekscentra  van geïndustrialiseerde landen, steeds vaker in het bezit van privéondernemingen. Hoewel instellingen in de onontgonnen gebieden van de moderne wetenschap een onschatbare rol spelen, is voor de toepassing van kennis voor de rechtvaardige verbetering van het welzijn van de mensheid de deelname van een steeds grotere diversiteit van denkers vereist. Wij moeten overwegen: wat zijn de implicaties van de dominantie van door mannen geleid onderzoek in de wetenschappen? Zouden vrouwen andere vragen stellen? Zouden zij ander wetenschappelijk onderzoek financieren? Gezien het feit dat 95% van de nieuwe wetenschap in de wereld wordt gegenereerd in landen die slechts een vijfde van de wereldbevolking omvatten, wat zijn dan de implicaties van het ontbreken van het grote aantal landen en culturen bij de productie van wetenschappelijk onderzoek?

 

صحّة المرأة وحقوق الإنسان، حالة للتنمية الشاملة والمستدامَة

صحّة المرأة وحقوق الإنسان، حالة للتنمية الشاملة والمستدامَة

لقد كان من المناسب أن يكون محور هذه الجلسة لمفوّضيّة السّكان والتّنمية هو الخصوبة والصّحة الإنجابيّة. في حين كان هناك العديد من المداخلات الفعّالة الّتي تناقش مشاكل محدَّدة مثل إصابة النساء بمرض نقص المناعة البشريّة/الإيدز، ووفيّات الأمّهات، والحقوق الإنجابيّة، إلاّ أنّ النّهج ذو القضيّة الواحدة لم يعزِّز الإرادة المجتمعيّة والسّياسيّة لمناقشة صحّة المرأة، كما أنّها لم تخلق الظّروف الّتي تُمكِّن فيها النساء من اتّخاذ القرارات بشأن الإنجاب، وأن يصبحن أنصار تطوّرهن الذاتيّ.

Women’s Health and Human Rights The Case for Comprehensive and Sustainable Development

Women’s Health and Human Rights The Case for Comprehensive and Sustainable Development

Baha'i International Community’s Contribution to the 44th Session of the UN Commission on Population and Development

18 January 2011

The focus of this session of the Commission on Population and Development on fertility, reproductive health and development is timely. While there have been many effective interventions addressing single issues such as women’s incidence of HIV/AIDS, maternal mortality, and reproductive rights, the single-issue approach has not strengthened societal and political will to address women’s health, nor has it created the conditions in which women can make decisions about reproduction and become the protagonists of their own development. In this contribution to the Commission, we aim to address the need to transition to a more comprehensive approach to addressing women’s reproductive health and human rights. We do so guided by the understanding that the ultimate aim is not only to enable women to participate fully in the affairs of society within the present social order. Rather, women must be enabled to work shoulder to shoulder with men to construct a new social order characterized by justice, peace and collective prosperity.

When viewed in its broader context, the discrimination against women is one of many symptoms of an ailing society. Individuals and groups compete with one another in pursuit of narrow self-interests; insecurity and violence are common place. For the most part, social institutions, structures, and processes have not been set up in ways that effectively serve the common good and when people attempt to work within these systems to advance the common good they often face systemic constraints or outright political challenges. What is needed is a profound questioning of the assumptions underpinning the social systems and world views that enable and perpetuate these conditions. Otherwise the betterment of humankind and the advancement of civilization in both its spiritual and material dimensions will continue to elude humanity’s best efforts.

A just and equitable social order can be characterized by an ethic of reciprocity—an understanding that the interests of the individual and of the wider community are inextricably linked. The human body provides a relevant analogy. Within this system, millions of cells collaborate to make human life possible; the diversity of form and function connects them in a lifelong process of giving and receiving. Much like the parts of a human body, human communities are interdependent entities; the discrimination against women and girls often accompanies other social ills and can be an indicator of wide-scale social decay.

Social problems commonly manifest themselves in health-related issues, such as domestic violence, fistula, or malnutrition. As such, healthcare can serve as an important entry point for addressing the well-being—both physical and spiritual—of a community.  By engaging in a dialogue with women and their families, health care providers have the opportunity to understand better the structural, economic, cultural, or legal problems faced by families and can begin to consider how their services can be rendered in a way that empowers women and their families to be the protagonists of their development.

The reproductive role of women places them at a particular risk for sexually transmitted diseases, sexual assault, and mortality and morbidity related to pregnancy and childbirth. 

The following statistics highlight the conditions of risk for many women and girls:

  • Fifty percent of pregnancies worldwide are unwanted; a lack of self-empowerment and systemic sexual discrimination place women at tremendous risk. A pregnancy, especially when it is unwanted or occurs during the teenage years, places girls and young women at risk for further economic isolation, reduces her access to education, and creates a cycle of dependency.
  • One out of three women is assaulted during her lifetime. The epidemics of sex slavery and human trafficking persist worldwide, with devastating consequences for the victims and their families.
  • Over 20 million women are infected with HIV/AIDS, placing their born and unborn children at great risk.
  • The World Health Organization estimates that 550,000 women die in childbirth each year—one maternal death every minute. In non-industrialized countries, ten times as many women suffer severe consequences during childbirth, as compared to women in industrialized countries. 

Fertility and reproductive health, with their effects on development, are a piece of a greater puzzle. The manifold and exponential effects, which result from the denial of the rights of girls and women, can have dire consequences. The international community as well as communities at the local and national level must now address the broader conditions, which allow for such rights to be denied. It is not only a question of changing attitudes but also structures—structures which exist at the level of laws, regulations and policies but which are also social, cultural and mental.

Ultimately, it is imperative to address women’s rights in a manner that recognizes the woman’s full role in society and fosters her sense of self-worth as well as the intrinsic nobility of every woman, man and child. Many agencies and institutions involved in this work are beginning to recognize that without a comprehensive approach to women’s rights, their efforts may prove ineffective or unsustainable. A literate woman is more likely to make better health decisions. It has been shown that one to three years of a mothers’ schooling can decrease children’s mortality rate by 15 percent. An economically sustained woman will have a greater ability to avoid sex trafficking and slavery. Women in good health have the opportunity to pursue educational and economic opportunities and to contribute more fully to the betterment of society.

Boys born into such environments are also the beneficiaries. With educated and healthy mothers comes a reduced risk of involvement in sexual crimes and other offenses as youth and adults. As women are the first educators of their children, young boys will be more likely reap the benefits of literacy, economic opportunity, and good health as well. This cycle will be reinforcing, resulting in a tipping point at which the society will no longer tolerate the oppression of its girls and women.  

While there are, of course, many other challenges, we hope that a greater awareness of the relationships between women’s health and her development as well as that of her family and community will contribute to the discussions of the Commission and will help to link the discussions to the broader aim of constructing a social order governed by the principles of justice and equity.

BIC Document #11-0118

An interview with members of GEAR's facilitation committee

An interview with members of GEAR's facilitation committee

Three members of the GEAR (Gender Equality Architecture Reform) Campaign’s Facilitation Group, Charlotte Bunch from the Center for Women’s Global Leadership, Bani Dugal from the Baha’i International Community, and Rachel Harris from the Women’s Environment and Development Organization discuss the process that culminated in the adoption of a Resolution calling for the creation of 

Forging Alternatives to a Culture of Consumerism - 1/6

Forging Alternatives to a Culture of Consumerism - 1/6

  

The Bahá'í International Community was an Organizing Partner for the 'Youth and Children' and 'Women' Major Group; organized a panel on "Rethinking Prosperity: Forging Alternatives to a Culture of Consumerism," and contributed its perspectives participation in Commission discussions, side events, and its statement to the Commission.

English

Pages

Subscribe to Equality of Women and Men